Wie een autoverzekering afsluit, krijgt meestal drie keuzes voorgeschoteld: WA, WA+ beperkt casco en allrisk. Het verschil zit vooral in de schade aan je eigen auto die wel of niet wordt vergoed.
Welke dekking verstandig is, hangt onder andere af van de leeftijd en waarde van de auto. Toch is het te simpel om alleen naar het bouwjaar te kijken. Ook de premie, je financiële buffer en de vraag hoeveel risico je zelf wilt dragen spelen mee.
WA is de verplichte basis
Iedere auto die in Nederland op naam staat en niet is geschorst, moet minimaal WA verzekerd zijn. De WA-verzekering, voluit Wettelijke Aansprakelijkheidsverzekering, vergoedt schade die je met je auto bij anderen veroorzaakt.
Schade aan je eigen auto valt daar niet onder wanneer je zelf verantwoordelijk bent voor het ongeval.
WA is daarom vooral interessant bij oudere auto’s met een relatief lage dagwaarde. Stel dat je auto nog €2.500 waard is. Dan kan het minder aantrekkelijk worden om ieder jaar honderden euro’s extra te betalen voor een uitgebreide cascodekking.
Een veelgebruikte richtlijn is om auto’s vanaf ongeveer tien jaar oud alleen WA te verzekeren. Dat is geen harde grens. Een goed onderhouden auto van twaalf jaar oud kan bijvoorbeeld nog steeds behoorlijk waardevol zijn.
WA+ verzekert ook bepaalde schade aan je eigen auto
WA+ wordt ook beperkt casco genoemd. Deze verzekering bevat dezelfde wettelijke aansprakelijkheidsdekking als WA, maar vergoedt daarnaast bepaalde schade aan de eigen auto.
Daarbij kun je doorgaans denken aan schade door diefstal, brand, storm, hagel, ruitbreuk en een aanrijding met een dier. Wat precies wordt vergoed verschilt per verzekeraar, dus controleer altijd de polisvoorwaarden.
Wat WA+ normaal gesproken niet dekt, is schade aan je eigen auto die je zelf veroorzaakt bij een botsing. Rijd je bijvoorbeeld tegen een paaltje of veroorzaak je een aanrijding, dan zul je die schade zelf moeten betalen.
Voor auto’s van ongeveer zes tot tien jaar oud wordt WA+ vaak als richtlijn genoemd. De auto vertegenwoordigt dan vaak nog voldoende waarde om bijvoorbeeld diefstal of brandschade te willen verzekeren, terwijl een volledige allriskdekking relatief duur kan worden.
Allrisk biedt de ruimste dekking
Allrisk heet officieel WA volledig casco. Naast schade aan anderen en de gebeurtenissen die onder beperkt casco vallen, is ook veel schade aan je eigen auto verzekerd wanneer je die zelf veroorzaakt.
Denk aan een aanrijding waarvoor je zelf aansprakelijk bent, van de weg raken of schade doordat je ergens tegenaan rijdt. Slijtage en achterstallig onderhoud vallen uiteraard niet zomaar onder de verzekering.
Allrisk wordt vaak geadviseerd voor nieuwe en jonge auto’s. Een veelgebruikte vuistregel is een allriskdekking tot ongeveer zes jaar oud.
Bij een auto van €30.000 kan het immers financieel lastig zijn wanneer je na een zelf veroorzaakt ongeval ineens duizenden euro’s schade zelf moet betalen.
Leeftijd is slechts een richtlijn
De bekende verdeling is dus ongeveer:
- tot circa 6 jaar: allrisk;
- circa 6 tot 10 jaar: WA+;
- vanaf circa 10 jaar: WA.
Toch moet je deze grenzen niet automatisch volgen. De Consumentenbond benadrukt dat behalve de leeftijd ook de waarde van de auto, je schadevrije jaren en het risico dat je zelf kunt en wilt dragen belangrijk zijn.
Een tien jaar oude luxe auto kan bijvoorbeeld nog een hogere dagwaarde hebben dan een kleine auto van vijf jaar oud.
Kijk daarom naar wat er financieel gebeurt als je auto morgen total loss raakt door een ongeval dat je zelf veroorzaakt. Kun je zonder problemen een andere auto kopen? Dan kan een beperktere dekking een bewuste keuze zijn. Zou dat financieel grote problemen veroorzaken, dan kan een uitgebreidere verzekering ondanks de hogere premie aantrekkelijker zijn.
Een gefinancierde auto vraagt extra aandacht
Heb je geld geleend voor de aanschaf van de auto, dan is de situatie nog wat anders.
Wanneer een gefinancierde auto total loss raakt terwijl je alleen WA of WA+ verzekerd bent en de schade niet wordt vergoed, kan de lening gewoon blijven bestaan. Je betaalt dan mogelijk nog voor een auto die je niet meer kunt gebruiken.
De Consumentenbond noemt een nog niet afgeloste financiering daarom als een reden om langer voor allrisk te kiezen.
Hetzelfde kan spelen bij een auto waarvoor je vrijwel al je spaargeld hebt gebruikt. De dagwaarde hoeft dan niet extreem hoog te zijn om het verlies toch moeilijk op te kunnen vangen.
Kijk naar het verschil in premie
Ga je je auto verzekeren, dan doe je er goed aan niet alleen te bepalen welke dekking theoretisch bij de leeftijd van de auto past. Bereken ook daadwerkelijk het prijsverschil tussen WA, WA+ en allrisk.
Soms is het verschil tussen WA en WA+ klein. In dat geval kan de extra bescherming tegen bijvoorbeeld diefstal, ruitschade en storm aantrekkelijk zijn.
In andere situaties is allrisk juist aanzienlijk duurder dan WA+. Dan kun je uitrekenen hoeveel extra premie je over bijvoorbeeld drie jaar betaalt en dat bedrag vergelijken met de huidige waarde van de auto.
Daarbij zijn schadevrije jaren eveneens belangrijk. De premieverschillen tussen de drie dekkingen zijn niet voor iedere bestuurder hetzelfde.
Vergeet de voorwaarden niet
De naam van de dekking vertelt ook niet alles. Twee allriskverzekeringen kunnen verschillende voorwaarden hebben.
Let bijvoorbeeld op het eigen risico, de vergoeding bij total loss, nieuwwaarderegelingen en aanschafwaarderegelingen. Ook regels rond reparatie bij aangesloten schadeherstellers kunnen verschillen.
Aanvullende verzekeringen zoals inzittendendekking, rechtsbijstand of pechhulp staan bovendien los van de keuze tussen WA, WA+ en allrisk.
De meest uitgebreide verzekering is daardoor niet automatisch de verstandigste. Het doel is vooral om het financiële risico af te dekken dat je zelf niet wilt of kunt dragen. Bij een oudere auto kan WA voldoende zijn, terwijl bij een kostbare of gefinancierde auto een uitgebreidere dekking ook na meerdere jaren nog logisch kan zijn.